Hertog
Friedrich IV. was de jongste zoon van de Habsburgse
Leopold IV
De resultaten van het concilie
van Konstanz (1414 – 1418), bijeengeroepen
door Koning Sigismund, belastten het leven van
Friedrich in de daaropvolgende jaren en gaven
hem de bijnaam "met de lege portemonnee".
De reeds gespannen persoonlijke verhouding met
de koning werd nog slechter toen Friedrich paus
Johannes XXIII. begeleiding gaf door zijn provincie
naar Konstanz en zijn vlucht ondersteunde. Dit
bracht het bestand van het concilie in gevaar.
Koning Sigismund deed Friedrich in de rijksban,
waarop deze zich voor het verzamelde concilie
aan de koning onderwierp en in Konstanz gevangen
werd gezet.
Na bijna een jaar gevangenschap
lukte het Friedrich te vluchten. Hij bereikte
gelukkig Bludenz via de nog besneeuwde Arlberg.
Daar wachtte de getrouwe Hans von Müllinen
van kasteel Berneck hem op aan de ingang van
het Kauner-dal en nam hem op.
Aan de hand van een door de
hertog in Landeck opgevoerd gedicht stelde Friedrich
vast, dat het daarin getoonde lot van een verdreven
vorst sterke indruk maakte op de mensen. Hij
maakte zich bekend en werd bejubeld. Evenwel
moest hij zich nog vaak verschuilen. Bekend is
ook dat hij zich in het Widum van Flaurling heeft
opgehouden, van daaruit vluchtte hij, voor kasteel
Petersberg langs, de Höpperg op. Moe van
het onderduiken en de vele strapatsen, zou hij
waar momenteel het vakantiekasteel staat, zijn
gaan rusten en hebben uitgeroepen: "Ach,
al had ik maar een kasteeltje!" Eeuwen later
ontstond op deze plek daadwerkelijk een kasteeltje.
Zijn vervolgers konden hem hier
op de Höpperg gemakkelijk zien en daarom
verschool hij zich niet ver van hier enkele dagen
in een eenvoudige houten hut. Deze plaats onder
de Brandsee heet momenteel nog "Bij het
vorstenhuisje" ("Beim Fürstenhäusl").
Na lange onderhandelingen in
Konstanz hief Sigismund in 1418 de rijksban over
Friedrich op en gaf hem tegen een hoge geldsom
zijn bezit terug. Een geschikt financieel beleid
en efficiënte regeringsactiviteiten in combinatie
met het begin van de mijnbouwtijd in Tirol, maakten
van Friedl met de lege portemonnee een rijke
vorst. De rijke erfenis vermaakte hij aan zijn
zoon Sigmund, die men ook "de muntrijke" noemde. |